Wie hard water heeft, merkt dat snel: kalkaanslag op kranen, een doffe douchewand, witte vlekken op glaswerk en apparaten die sneller verkalken. Een waterontharder lost dat op door calcium en magnesium uit het water te halen. Maar voordat je er een laat installeren, is er een belangrijke keuze: onthard je het hele huis centraal op de hoofdleiding, of plaats je een toestel bij een enkel tappunt? In dit artikel leggen we het verschil uit, waar je de installatie plaatst, en wat je beter wel en niet onthardt.
Onthard je het hele huis of alleen een tappunt?
De meest gekozen oplossing in Nederland is de centrale waterontharder, ook wel whole-house genoemd. Het toestel staat in de meterkast en behandelt al het water dat de woning binnenkomt. Daardoor krijgt elk tappunt zacht water: de douche, de wasmachine, de vaatwasser, de keukenkraan en de cv-ketel of boiler. Dit is de meest complete bescherming tegen kalk en zorgt ervoor dat je in het hele huis profiteert van zacht water.
De andere aanpak is point-of-use: een kleiner toestel dat alleen het water voor een specifiek tappunt behandelt, bijvoorbeeld direct voor een wasmachine of een enkele badkamer. Point-of-use is interessant in situaties waar een centrale plaatsing technisch lastig is, zoals in sommige appartementen of huurwoningen waar je geen ingreep op de hoofdleiding mag doen. Het nadeel is dat de rest van de woning hard water blijft houden, waardoor kalkproblemen elders gewoon doorgaan.
Voor de meeste eengezinswoningen is centraal ontharden de logische keuze, omdat je dan in een keer alle kalkgevoelige punten beschermt. Wil je eerst begrijpen hoe het apparaat ionen uitwisselt, lees dan de uitleg over de werking van een waterontharder.
Waar plaats je een centrale waterontharder?
Een centrale waterontharder hoort op de hoofdleiding, vlak na de watermeter en de hoofdkraan. Door het toestel daar te plaatsen, passeert al het binnenkomende leidingwater eerst de ontharder voordat het naar de rest van de woning gaat. De hoofdkraan ervoor zorgt dat je het water kunt afsluiten bij onderhoud of bij het bijvullen van zout.
Praktisch betekent dit dat de meterkast of de technische ruimte de meest voor de hand liggende plek is. Het toestel heeft een stroomaansluiting nodig voor de besturing en een afvoer voor het spoelwater dat vrijkomt tijdens de regeneratie. Houd ook rekening met voldoende ruimte om de zoutbak te kunnen bijvullen.
Een belangrijk detail bij de plaatsing is de resthardheid. Een goede installateur stelt het toestel niet in op nul, maar mengt een klein deel hard water bij zodat er een lichte resthardheid overblijft. Dat voorkomt water dat te agressief aanvoelt en zorgt voor een prettige balans. De ideale resthardheid ligt vaak rond de 4 tot 8 Duitse hardheidsgraden. Wil je meer weten over de installatiestappen en aansluitpunten, dan helpt het om vooraf de leidingloop in je meterkast in kaart te brengen.
Wat laat je beter onbehandeld?
Niet alles in huis hoeft per se zacht water te krijgen. Een veelgemaakte keuze is om de buitenkraan en de tuinaansluiting onbehandeld te laten. Daar zijn twee redenen voor.
Ten eerste werkt een waterontharder op basis van ionenwisseling, waarbij calcium en magnesium worden vervangen door natrium. Het onthardde water bevat dus iets meer natrium. Voor planten en de tuin is dat niet ideaal: veel gewassen reageren slecht op verhoogde natriumwaarden in de bodem, en regenwater of onbehandeld leidingwater is voor de tuin doorgaans beter. Door de buitenkraan voor de ontharder af te takken, bespaar je bovendien zout, omdat je geen water onthardt dat toch de grond in gaat.
Ten tweede is zacht water voor de tuin simpelweg niet nodig. Kalkaanslag is binnenshuis een probleem voor apparaten en oppervlakken, maar buiten speelt dat veel minder. Het is dus zonde van het zoutverbruik en de capaciteit van het toestel om al je tuinwater te ontharden.
Wat je juist wel onthardt, zijn de kalkgevoelige punten binnen: de douche en badkamer voor je huid, haar en de tegelwanden, de wasmachine en vaatwasser voor langere levensduur en minder wasmiddel, de boiler en cv-ketel om verkalking van het verwarmingselement te voorkomen, en de keukenkraan voor schoon glaswerk en aanrechtbladen.
Hoe zit het met drinkwater en osmose?
Een centrale waterontharder maakt het water zacht, maar het blijft leidingwater met een hoger natriumgehalte en eventuele andere opgeloste stoffen. Voor puur drinkwater met een neutrale smaak is het ontharden van het hele huis niet de meest gerichte oplossing. Slimmer is dan een apart tappunt met omgekeerde osmose in de keuken.
Een osmosesysteem filtert het water op moleculair niveau en verwijdert vrijwel alle opgeloste stoffen, waardoor je heel zuiver drinkwater overhoudt. Je hoeft daarvoor dus niet het hele huis te behandelen, maar plaatst een compact filter onder het aanrecht met een eigen tappunt. Zo combineer je het beste van twee werelden: zacht water uit alle kranen voor het huishouden, en gezuiverd drinkwater op de plek waar je het drinkt en kookt. Overweeg je dit, kijk dan eens naar de mogelijkheid om een osmosefilter kopen voor je keuken.
Verschil met een centraal waterfilter
Tot slot is het goed om een waterontharder niet te verwarren met een centraal waterfilter. Een ontharder richt zich specifiek op de hardheid van het water, dus op calcium en magnesium. Een centraal filter is bedoeld om andere stoffen tegen te houden, zoals zand, roest, sediment of bepaalde verontreinigingen, en verandert de hardheid niet.
In sommige woningen worden beide gecombineerd: eerst een filter dat grof vuil tegenhoudt, daarna de ontharder voor zacht water. Wil je weten of een filter voor jouw situatie zinvol is, lees dan meer over het centraal waterfilter voor de hele woning. Door de juiste combinatie van centrale ontharding, een onbehandelde buitenkraan en een osmose-tappunt voor drinkwater haal je het meeste uit je waterinstallatie.